Over Palmolie
Milieu en sociale gevolgen van palmolie productie
MILIEU GEVOLGEN
De palmolie industrie draagt in grote mate bij aan ontbossing in
Indonesië en Maleisië. Ondanks dat in nationale- en internationale
regelgeving is vastgelegd dat bepaalde kwetsbare gebieden niet
ontbost mogen worden, vindt illegale kap nog steeds plaats.
Gebieden met laaglandregenwoud zijn erg geschikt voor de aanleg van
oliepalmplantages. Indien de kap van het regenwoud in dit tempo
door blijft gaan, zal niet alleen de orang-oetan binnen enkele
jaren uitgestorven zijn, maar komt het gehele ecosysteem in gevaar,
doordat de biodiversiteit drastisch afneemt en bodemerosie
toeneemt.
Naast ontbossing spelen er nog een aantal andere factoren. Het
uitpersen van de palmvruchten levert niet alleen palmolie maar ook
afval op. Dit wordt vaak geloosd in nabijgelegen rivieren. Door
rotting ontstaat zuurstofgebrek waardoor de visstand aangetast
wordt en hiermee ook de lokale voedselvoorziening.
Bestrijdingsmiddelen die onder andere worden ingezet tegen ratten,
tasten ook de gezondheid van andere dieren en zelfs mensen aan.
Zeer toxische bestrijdingsmiddelen, zoals de herbicide paraquat dat
in vele landen is verboden maar niet in Maleisië, worden nog
regelmatig gebruikt. Vaak veroorzaakt het gebruik ervan
gezondheidsproblemen van arbeiders en vervuiling van de plantages.
Rookontwikkeling veroorzaakt door in brand gestoken velden tast ook
de gezondheid aan. Tijdens het droge seizoen leidt het in brand
steken van de plantages voor het verkrijgen van vruchtbare grond
vaak tot ongecontroleerde bosbranden. Luchtvervuiling en een
toename van CO2 uitstoot zijn het gevolg. Dit effect wordt nog eens
versterkt wanneer ontwaterde veengebieden waarop plantages zijn
aangelegd gaan branden. In deze grond zit namelijk erg veel
organisch materiaal opgesloten (waaronder CO2), wat dan in één
keer vrijkomt. Palmolieproductie draagt dus bij aan een toename van
het broeikasgasprobleem.
SOCIAAL- EN ECONOMISCHE GEVOLGEN
Palmolieplantages zijn een bron van werkgelegenheid. Wereldwijd biedt de industrie een inkomen aan ruim 3.5 miljoen plantagearbeiders. Maar de lokale bevolking profiteert er niet altijd van. De arbeidsomstandigheden zijn vaak slecht en het inkomen is vergelijkbaar met het bedrag dat rond de armoede grens ligt. Veiligheid staat niet voorop en vakbonden zijn (meestal) niet aanwezig.
Vaak wordt onder begeleiding van politie of lokale overheid land onteigend zonder dat de bevolking daarvan van te voren op de hoogte is gesteld. Dit leidt tot landrecht conflicten tussen bedrijven en de oorspronkelijke plattelandsbewoners. Kinderarbeid komt ook nog wel eens voor op de plantages.